Aegyptiaca

In de negentiende eeuw raakte Europa in de ban van het oude Egypte. De Egyptische kast in de Nottebohmzaal is daar een sprekend voorbeeld van.

De nieuwe belangstelling had alles te maken met de wetenschappelijke expeditie die het leger van Napoleon vergezelde op zijn veldtocht door Egypte. Ze resulteerde in een eerste, monumentale publicatie over het land: Description de l'Egypte (1809-1828), een titanenwerk dat negen boekdelen tekst en twaalf delen met gravures omvat. Rond 1839 kocht onze bibliotheek een eerste uitgave van de Description. Het was de start van een rijke collectie aegyptiaca.

De twaalf boekdelen van Richard Lepsius’ Denkmäler aus Egypten und Aethiopien (1849-1860) – het resultaat van een driejarige expeditie in het Nijldal in opdracht van de koning van Pruisen – belandden in 1860 in de Stadsbibliotheek, op vraag van de Antwerpse Academie. Vandaag is de Egyptische kast, waarin deze delen worden bewaard, een van de pronkstukken van de Nottebohmzaal. Naast deze imposante uitgaven bezit de bibliotheek nog tal van andere standaardwerken uit deze periode.

De Aegyptiaca inspireerden een hele generatie kunstenaars. Zowel de Description als de Denkmäler dienden als inspiratiebron voor de versiering van de Egyptische tempel in de Antwerpse Zoo, opgetrokken in 1856 om de olifanten en giraffen onderdak te bieden. De Antwerpse schilders Jacob Jacobs en Florent Mols reisden in 1838-1839 naar Egypte, samen met en op kosten van kunstminnaar Charles Stier d’Aertselaer. Uit zijn bezit komt de enige papyrus die in de Erfgoedbibliotheek bewaard wordt. Waarschijnlijk kocht hij de papyrus tijdens zijn reis met beide kunstenaars, om het als erfgift te schenken aan de bibliotheek.

Meer weten?

Digitaal beschikbaar

Meld je aan voor onze nieuwsbrief