Pulpliteratuur

De Erfgoedbibliotheek bezit een uitgebreide, typerende collectie Nederlandstalige pulpliteratuur van bijna 900 titels.

De naam “pulp” is afgeleid van het goedkope houtpulp-papier waar de tijdschriften uit dit genre op gedrukt werden. Pulpliteratuur, ook wel triviaallectuur genoemd, is de benaming voor de goedkope fictietijdschriften en -reeksen die werden gepubliceerd in de loop van de 20ste eeuw en massaal werden verspreid en gelezen maar nauwelijks bewaard zijn gebleven. Elke aflevering bracht een apart verhaal. Mannen waren vooral gek op avonturen- en detectiveverhalen; vrouwen bleken veelal verzot op liefdesverhalen, o.a. in de vorm van doktersromans. Deze boekjes verschenen in reeksen als Cameliareeks: de roman voor de vrouw, Eva roman: boeiende romans van de beste auteurs, Hart en vrouw: complete doktersroman, Idylle: volledige roman voor de moderne vrouw, Kasteelroman: een favoriet roman of Nadia: volledige liefderoman. Enige tijd spraken ook de fotoromans – de combinatie van beeld en verhaal – tot de verbeelding, zoals bijvoorbeeld Beeldromance: tulpreeks of Ivanov's beeldromans: tulpreeks.

Het betreft veelal vertalingen, in het bijzonder uit het Duits. Veelschrijvers zijn o.a. Hedwig Courths-Mahler (bijvoorbeeld Nooit zal ik het je kunnen zeggen), Gert Rothberg (bijvoorbeeld Een hart vraagt slechts liefde), en Ina Ritter (bijvoorbeeld Geluk in een kleine praktijk: een chirurg tussen scheiding en liefde).

Sacha Ivanov

In ons taalgebied valt de naam van veelschrijfster Sacha Ivanov op, met titels als In de klauwen van Bill Sullivan of Irena: de dochter van den dronkaard. Achter dit pseudoniem schuilt Rachel Ysebie-Van Overbeke (1888-1943). Deze Gentse onderwijzeres, winkelierster en schrijfster van (pulp)verhalen was de echtgenote van de Gentse auteur René Ysebie (pseudoniem van Reinier Ysabie). Haar pseudoniem kwam van haar naam als gehuwde vrouw, Ysebie-Van Overbeke (waarbij de Y werd veranderd in I). Van 1936 tot aan haar dood schreef zij ruim 290 wekelijks verschijnende populaire verhaaltjes in de reeks Ivanov’s verteluurtjes, maar er waren ook de Ivanov’s romans en de Ivanov’s kleine romans. Vanaf 1942 verschenen de nieuwe nummers in Ons rakkersblad, het striptijdschrift van haar eigen “Rakkersclub”. Voor Ivanov’s publicaties was in Leuven in 1935 een uitgeverij opgericht, geleid door René Ysebie, vanaf 1939 gevestigd in Gent. Vanaf 1943 werd deze uitgeverij  “Ivanov’s Uitgaven” genoemd. Het succesrijke handelsmerk van de Ivanov-boekjes werd na haar dood nog verzilverd met heruitgaven van vroegere titels maar ook met werk van haar echtgenoot, hun dochter Regina en hun schoonzoon Antoon Mortier, o.m. in de reeksen Ivanov’s verteluurtjes, Ivanov’s detectiveromans, Ivanonv’s nieuwe kleine romans en Ivanov’s grote vervolgromans.

Het populaire genre leeft vandaag nog voort in de Bouquet-reeks.

Meer weten?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief