Oudheid en middeleeuwse handschriften

De Erfgoedbibliotheek bezit een tiental manuscripten uit de periode voor de uitvinding van de boekdrukkunst. Het oudste stuk is een papyrus van ongeveer 3.000 jaar oud.

De Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience bezit een papyrusfragment van ongeveer 3.000 jaar oud. Het is een fragment uit Amdoeat, het boek van de onderwereld. Het werd in 1847 geschonken door baron Charles-Jean Stier d’Aertselaer, en was daarmee één van de eerste papyrusfragmenten in een Europese openbare instelling.

De Erfgoedbibliotheek bezit een beperkt aantal middeleeuwse handschriften. Een aantal hiervan waren al eigendom van de kapittelbibliotheek in 1609, andere kwamen via de confiscaties tijdens de Franse Revolutie in de collectie terecht.

Het oudste boek is een handschrift van de Suaesoriae van Seneca pater. Het dateert uit de tiende eeuw en bevat teksten van de Romeinse auteur Seneca de oudere (54 v.Chr.-39 n.Chr.), de vader van de beroemde filosoof en toneelauteur met dezelfde naam. Seneca schreef o.m. pleidooien voor imaginaire processen die bedoeld waren als retorische oefeningen. Ze geven een goed beeld van de Romeinse retoriek. Wereldwijd zijn slechts drie vroegmiddeleeuwse manuscripten met deze teksten bekend, en dit is het belangrijkste. Andreas Schottus gebruikte het in 1604 voor de eerste gedrukte uitgave van de teksten en schonk het later aan de toen pas opgerichte Antwerpse stadsbibliotheek.

Digitaal beschikbaar

Meld je aan voor onze nieuwsbrief