Een aaneenschakeling van allemaal toevalstreffers

Dat een expo over pornografie op heel wat persaandacht kan rekenen lag helemaal binnen de lijn van onze verwachtingen. Dat een journalist nog een nieuwe verhaallijn aan die expo zou toevoegen was dat veel minder. Stijn Tormans van Knack deed het. Hij ging op zoek naar de personen achter de intussen vergeelde foto’s van enkele playmates. We vroegen hem om zijn zoektocht te reconstrueren.
  • <i>Stijn Tormans op bezoek in de expo 'Porno, pulp & literatuur'</i>Hoe werd jouw interesse in Vlaamse blootmodellen gewekt?

In jullie Nottebohmkrant las ik de aankondiging voor de expo ‘Porno, pulp & literatuur’. Het onderwerp fascineerde mij, maar de vraag die de redactie van Knack altijd stelt is: doe iets origineels. We zijn een tijdschrift dat maar een keer per week verschijnt, het is niet altijd evident om het verschil te maken met een krantenjournalist. Daarom wilde ik het levensverhaal schrijven van zo'n meisje dat op de cover stond van een pulpblad. Omdat ik niet goed wist hoe ik daaraan moest beginnen nam ik contact op met jullie. Curator Dirk Van Duyse reageerde meteen enthousiast en nam mij mee achter de schermen van de bibliotheek. Bij het bekijken van die fameuze pornocollectie viel mijn oog op enkele afleveringen van het tijdschrift Partner. Ik zag dat Louis-Paul Boon interviews had gedaan met die playmates. Ik kende natuurlijk Boon en zijn Fenomenale Feminateek, maar dit was voor mij een compleet nieuw gegeven.

  • Je ging op zoek naar enkele meisjes die Boon vijftig jaar geleden interviewde. Hoe ben je ze op het spoor gekomen?

Dat was een aaneenschakeling van allemaal toevalstreffers. De eerste dame in kwestie, Els Fleer, vond ik gewoon via Facebook. Ze stond met haar echte naam in Partner. Zeer uitzonderlijk, want bijna alle blootmodellen in die tijd gebruikten schuilnamen. Vervolgens ging ik met Boonkenner Kris Humbeeck praten. Hij verwees mij door naar Carlos Vergaelen, de voormalige hoofdredacteur van Partner. Gelukkig zijn er in België niet zo heel veel Vergaelens, en via de telefoongids vond ik hem terug. Hij vertelde mij het verhaal van Blonde Peggy, dat ik in mijn artikel helemaal uit de doeken doe. Omdat Blonde Peggy in de Feminateek op de foto staat met een ander meisje nam ik opnieuw contact op met Humbeeck. Hij dacht dat dit Anita Van Langenhove uit Aalst was. Ook haar vond ik via de telefoonboek terug. Eigenlijk heb ik niet zo hard moeten zoeken.

  • We komen jou wel vaker tegen in de leeszaal van de Erfgoedbibliotheek. Wanneer kwam je hier voor het eerst naartoe?

Mijn geschiedenis met de Erfgoedbibliotheek gaat terug tot begin de jaren ’90. Ik zat toen op school in het middelbaar onderwijs. De kranten en tijdschriften moesten nog in een gebouw aan de Minderbroedersrui worden opgevraagd. Ik ging daar heel vaak langs, vooral om oude Humo’s en De Zwijger van Johan Anthierens te lezen. Ik ken zelfs het catalogusnummer van Humo nog altijd uit het hoofd: B 126601 (lacht). Ik las vooral de rockrecensies van wijlen Marc Mijlemans, die in een soort Nederlands schreef dat ik geweldig vond.

<i>Els Fleer poseert voor de cover van Partner die ze vijftig jaar geleden sierde</i>

  • Het is dus geen toeval dat je later zelf in het journalistieke vak terecht bent gekomen?

Als jonge gast werkte ik al mee aan de schoolkrant, ik schreef ze helemaal vol. Na mijn studies sociologie en antropologie zag ik in een advertentie dat Knack vijf jonge journalisten zocht. In mijn sollicitatiebrief schreef ik dat ik toch wel een heel ernstig en droog tijdschrift vond.  Die boodschap moet zijn opgevallen en ik kon mij meteen bewijzen als journalist. Voor mijn eerste artikel maakte ik trouwens gebruik van jullie collectie. Filip en Mathilde hadden juist een kind gekregen, een society-gebeuren dat Knack niet zo gemakkelijk oppikt. Ik stelde aan mijn hoofdredacteur voor om eens te kijken naar de berichtgeving van soortgelijke gebeurtenissen in oude kranten en tijdschriften. Hij vond dit een goed idee en mijn eerste Knack-artikel was geboren.

  • Dat doet mij denken aan de werkwijze van jouw collega, Humo-journalist Jan Hertoghs. Hij gebruikt onze kranten- en tijdschriftencollectie als inspiratiebron voor nieuwe artikels.

Dat doe ik ook. Wel hoed ik mij ervoor om alleen maar over het verleden te schrijven. Ik vind het heel belangrijk om een actueel verhaal te vertellen. Zo gaat het in het artikel over de playmates ook over #MeToo. Een ander voorbeeld is mijn artikel over Mathieu Corman, die de gelijknamige boekhandel in Oostende oprichtte. Hij klaagde al in de jaren ’30 over fake news, naar aanleiding van het bombardement op Guernica tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Ik kwam naar hier om zijn vaststelling te verifiëren.  En inderdaad, een krant als De Standaard schilderde dit af als pure propaganda van de Spaanse republikeinen. Zo een verhaal vind ik wel interessant, omdat het iets zegt over vandaag.

  • Voor jou als Antwerpenaar is het zeer gemakkelijk om dicht bij huis te kunnen grasduinen in die historische collecties?

Ik vind het fantastisch dat dit bestaat, ook het Letterenhuis trouwens. Ik maak vaak gebruik van hun knipselmappen van schrijvers. Ik vind het heel jammer dat ze dit vandaag niet meer aanvullen, want de grote mediabedrijven investeren bitter weinig in hun eigen archieven. Ze zien het belang er niet van in. Bij het schrijven van een artikel of interview probeer ik op voorhand zo veel mogelijk informatie op te slorpen. Daarvoor gebruik ik uiteraard het Gopress Archief, maar dat begint pas rond het jaar 2000. Daarvoor is er dus niets, en daarom zijn die knipselmappen en de krantencollecties van de Erfgoedbibliotheek voor mij zo handig.

  • Je bent nu 19 jaar journalist. Hoe heb je dit vak zien evolueren?

Heel simpel. De werkdruk is gestegen en – dat geldt voor elke mediagroep – er zijn veel minder middelen. Op reis gaan voor een reportage is bijvoorbeeld heel moeilijk geworden. Ik moet me noodgedwongen beperken tot Vlaanderen. Een uitstapje naar Amsterdam zoals voor het interview met playmate Els Fleer kan natuurlijk wel nog. Maar, ik ben ontzettend blij dat ik voor Knack kan werken. Het is een privilege om voldoende tijd te krijgen voor het uitwerken van een artikel.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief