‘Google heeft de manier waarop we aan onderzoek doen compleet veranderd’

In 2018 contacteerde een medewerker van Google de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience met de vraag of we wilden meewerken aan het Google Books project. Twee jaar later is de samenwerking een feit: binnenkort vertrekken de eerste 5.000 boeken uit onze collectie naar het scanatelier van Google. We vroegen Steven Van Impe, conservator oude drukken, en Liesbet Wante, die het project opstartte, om een woordje uitleg.

De komende drie jaar worden ongeveer 100.000 boeken uit onze collectie door Google ingescand. Waar gaan die boeken over?
Van Impe: Dit klinkt misschien vreemd, maar het is moeilijk om daar nu al een duidelijk antwoord op te geven. Google maakt de selectie op basis van twee parameters. Ze digitaliseren uitsluitend boeken en tijdschriften waar geen auteursrechten meer op rusten, en ze deselecteren alle titels die ze al elders digitaliseerden. Er is dus geen thematische afbakening.
Wante: Google heeft wel de ambitie om meer Nederlandstalige boeken te digitaliseren.

En daarvan hebben wij een haast onuitputtelijke collectie?
Van Impe: Absoluut. Sinds de negentiende eeuw focust deze bibliotheek op het verzamelen van Nederlandse taal- en letterkunde. Maar in onze collectie zit veel meer. Wij verzamelden boeken die de Antwerpenaar las. In de negentiende eeuw bijvoorbeeld las de burgerij heel veel Frans en ook Duits. Daarvoor was vooral Latijn de taal voor wetenschappen. Dat kan je wel al heel duidelijk zien in de selectie die Google maakte, die een mooie doorsnede is van wat onze collectie te bieden heeft.

Google Books is het grootste digitale boekenplatform, met gebruikers wereldwijd. Zijn onze ‘Antwerpse’ collecties interessant voor onderzoekers in andere continenten?
Van Impe: De boeken die in de zestiende eeuw in Antwerpen werden gedrukt overstijgen het lokale. Antwerpen was naast Parijs en Bazel een van de belangrijkste drukkerscentra ter wereld. Die boeken gaan over alles: plantkunde, architectuur, klassieke letterkunde, aardrijkskunde, sterrenkunde… En dat geldt eigenlijk ook voor de latere collecties. De boeken die in een havenstad als Antwerpen werden verzameld over bijvoorbeeld de geschiedenis van Latijns-Amerika zijn ook interessant voor lezers aan de overkant van de oceaan. Google maakt de volledige inhoud van die boeken overal ter wereld doorzoekbaar. De afgelopen tien jaar is de manier waarop men aan historisch en taalkundig onderzoek doet helemaal veranderd. Je hoeft niet meer in tientallen bibliotheken langs te gaan, je vindt al heel veel via Google. De service die we binnenkort kunnen aanbieden is dus ongeëvenaard.

Wanneer worden de eerste boeken gedigitaliseerd?
Wante: Door het coronavirus hebben we de lancering van het project met een paar maanden moeten uitstellen. In plaats van 1 september gaan we op 1 december van start. Op die dag vertrekt de eerste batch of lading van 5.000 boeken. Begin september starten we met het ophalen van die boeken uit de rekken. De tweede en derde lading bestaan uit boeken die in de Nottebohmzaal worden bewaard. Dat is een bewuste keuze: zo kunnen we de zaal vanaf april 2021 opnieuw gebruiken voor lezingen, tentoonstellingen en andere publieksactiviteiten. Daarna is het de beurt aan het Museum PlantinMoretus, dat ook mee in dit project stapt. Uit die collectie worden ongeveer 20.000 boeken gedigitaliseerd, zodat we de batches onderling kunnen afwisselen. Als alles goed gaat vertrekt de laatste lading van 5.000 boeken in februari 2022.

Duizenden boeken uit de rekken ophalen is veel werk, maar lijkt op het eerste gezicht behoorlijk eenvoudig. Of vergis ik me?
Van Impe: Het voorbereiden van een goede workflow is zeer complex. Het zegt genoeg dat we daarvoor met Liesbet iemand voltijds in dienst hebben genomen.
Wante: Tijdens het project lopen twee processen tegelijkertijd. Boeken die nog niet zijn gedigitaliseerd, worden uit de rekken gehaald. Dat gebeurt één voor één, want die boeken staan lukraak over de magazijnen verspreid. Boeken die Google digitaliseerde komen terug naar Antwerpen, waar we ze opnieuw op de juiste plaats in het rek zetten. Met die in- en uitgaande bewegingen zullen permanent vier personen bezig zijn.
Van Impe: Er komt ook werk bij kijken dat je niet meteen verwacht. Een titel in de catalogus kan bijvoorbeeld uit vier volumes bestaan, die allemaal apart getransporteerd moeten worden. Het is belangrijk om dit op voorhand goed in te schatten. Daar stoppen we nu al veel energie in, om meerdelige publicaties op te sporen.
Wante: Voor boeken gedrukt na 1830 is het de ambitie om, op het einde van de rit, alle beschrijvingen in de catalogus te hebben nagekeken met het boek in handen. Dat zijn in totaal ongeveer 60.000 boeken. Een team van drie catalografen zal hier quasi voltijds aan werken. De komende maanden zullen uitwijzen in hoeverre dit plan realistisch is.

De collectie bevat veel unieke of zeldzame oude drukken. Worden die ook door Google gedigitaliseerd?
Van Impe: Omdat elk transport risico’s inhoudt op schade, laten we onze echte topstukken niet vertrekken. We engageren ons om die boeken zelf te digitaliseren, en die scans komen ook in Google Books terecht.
Wante: Er zijn ook een aantal technische specificaties die maken dat een boek wel of niet door Google gedigitaliseerd kan worden. Bijvoorbeeld boeken groter dan 45,7 centimeter, losbladige werken of boeken met metaalbeslag op de cover kunnen niet mee. De werkwijze van Google is tot in de kleinste details vastgelegd, dat is ook nodig om zo snel te kunnen werken. De magazijniers die de boeken uit de rekken halen krijgen een checklist mee om te controleren of ze aan de voorwaarden voldoen. Ze gaan ook na of het boek in voldoende goede staat is om te digitaliseren. Indien dit niet zo is nemen we die boeken apart, en proberen we ze te herstellen. Sowieso worden alle boeken gereinigd vooraleer ze vertrekken.

Als conservator is het een van jouw taken om onderzoek op basis van onze collecties te stimuleren. Je vreest niet dat die job overbodig wordt?
Van Impe: In de bibliotheeksector ging men er vroeger van uit dat het aantal leeszaalbezoekers daalt wanneer je veel collecties digitaliseert. Het tegendeel blijkt vaak waar. Het digitale object is immers niet altijd wat wetenschappers nodig hebben. Die willen het fysieke stuk onderzoeken. Google zal bijvoorbeeld de randen van de scans afsnijden, terwijl daar misschien interessante annotaties staan. De papiersoort of een watermerk kunnen info geven over de plaats waar een boek vandaan komt, maar zijn op een digitale kopie niet zichtbaar. Hoe meer mensen onze collectie dus leren kennen, hoe meer vragen op ons af zullen komen. Wellicht zal ook het aantal bruikleenaanvragen in de toekomst stijgen. Niet minder, maar juist meer werk.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief