Beeldverhalen

De tijd dat stripverhalen gezien werden als tijdverdrijf voor kinderen is voorgoed voorbij. De strip is vandaag een volwassen medium dat ook in boekenbijlagen en erfgoedbibliotheken serieus wordt genomen.

Het stripgenre bleef heel lang onder de radar van de meeste bibliotheken. Pas vanaf de jaren zeventig veranderde de kijk op deze kunstvorm, onder impuls van verschillende striptijdschriften. Uit de strip groeide een nieuw genre: dat van de 'graphic novel'.

Nergens ter wereld zijn meer striptekenaars per vierkante kilometer te vinden dan in België. De kunstvorm is prominent aanwezig in onze dagelijkse realiteit en verbeelding. Geen wonder dat Belgische auteurs en de Belgische stripcultuur een dominante stem hebben in de Europese stripwereld.

In Vlaanderen bloeit het genre al sinds de Tweede Wereldoorlog. Krantenstrips van gerenommeerde auteurs behoren tot het collectieve geheugen: Berck (Sammy), Bob Mau (Kari Lente), Buth (Thomas Pips), Hec Leemans (Bakelandt), Jan Bosschaert (Sam), Jean-Pol (Kramikske), Jef Nys (Jommeke), Marc Legendre (Biebel), Pom (Piet Pienter en Bert Bibber) en Willy Vandersteen (Suske en Wiske).

De opvolgers van die eerste generatie tekenaars zijn soms vandaag nog actief. Autobiografisch geïnspireerd zij Willy Linthout’s Het jaar van de olifant (2007-2008) en Wat we moeten weten (2011-2012). De eeuwige oorlog (1988-1989) - een drieluik van Marvano (Mark Van Oppen) - wordt wereldwijd tot een van dé klassiekers van de sciencefictionstrips gerekend.

In de nieuwe Vlaamse strip staat absurde humor centraal. Steeds vaker is de kwaliteit van het grafisch werk cruciaal. Tegelijk worden veel meer stripreeksen uitgegeven rond bekende mediafiguren of televisiereeksen, zoals FC De Kampioenen.

Meer weten?

Een greep uit onze collectie:

Meld je aan voor onze nieuwsbrief